De jeneverbes is een inheemse, immergroene boom of struik met een naaldachtig blad. Deze naalden zijn grijsgroen met scherpe punten en zitten in kransjes aan de takjes. Zij heeft aromatische blauwe schijnbessen. Zij groeit heel langzaam en kan behoorlijk oud worden, wel 800 tot 1000 jaar. De boom is – vanwege haar langzame groei – verbannen naar de armste heide- en zandgronden. Het geurige hout is geschikt voor sierwerk. De bessen kennen we nu vooral als een smaakmaker van zuurkool en wildgebraad. Ook is het een bestanddeel van de jenever. Deze gedestilleerde drank met jeneverbessen is naar de boom vernoemd.
Etymologie van de jeneverbes
Het woord jeneverbes is – net als het Engelse ‘juniper’ – ontwikkeld uit de Latijnse naam van de jeneverbes, ‘iuniperus’. Deze naam is van onzekere oorsprong, maar mogelijk afkomstig van ‘iunco’ wat riet betekent. Misschien refereert het naar de stekeligheid van de naalden. Het Duitse woord voor de jeneverbes, ‘Wacholder’ zou komen van het Oudhoogduitse ‘wachal’ en ‘wakkere boom’ betekenen. Het woord ‘Wacholder’ heeft ook een connectie met vrouw Holle in het lid ‘holder’. Tentatief zou het de wakkere, of wakende Holda kunnen betekenen. Holda of vrouw Holle is bekend van het sprookje van Grimm. Zij is o.a. de godin van de onderwereld. Het ‘wakkere’ van de jeneverbes komen we ook tegen in de Middelhoogduitse naam ‘queckholder’, Dit komt van queck, oftewel kwiek in de zin van levendig of zelfs levend makend. De Beierse benaming Kranewitt is ook interessant en betekent kraanvogelhout. De kraanvogel wordt in de symboliek gezien als een zielengeleider. De boom wordt in Duitsland wel aangesproken als vrouw Wacholder of vrouw Kranewitt. Zij is te zien als de geest van de boom. Andere opmerkelijke volksbenamingen zijn schildwacht, orakelbes en ‘Weihberen’ oftewel gewijde bessen. Zo is de boom te zien als een wakkere bewaker van de grens van het heilige.
Ritueel gebruik

Krans van jeneverbes uit de bronstijd. Gevonden in Zuiderloo
Het rituele gebruik van de jeneverbes moet oeroud zijn. In Nederland zijn op verschillende plaatsen offergaven gevonden van gevlochten kransen van jeneverbes uit de Bronstijd. De Germanen gebruikten het hout bij de verbranding van doden en bij offerrituelen. Dit weten we door de vondst van houtskool van jeneverbes op een Germaans urnenveld in de buurt van Vlodrop.
Uit de etymologie is te halen dat de boom beschouwd werd als levendig en bezield. Zij zou mens en vee verkwikken, beschermen en vruchtbaar maken. Waarschijnlijk heeft zij dit geloof mede te danken aan haar groene bladeren en frisse, aromatische geur. Voorbeelden hiervan zijn legio: Een takje jeneverbes dragen op je hoed maakt onvermoeibaar. Als je onder de boom slaapt, wordt je versterkt en uitgerust wakker. Als je met een staf van jeneverbes op de grond zou slaan dan zullen op die plek veel eetbare paddenstoelen gaan groeien.
In vele Duitse streken slaan de jongens op bepaalde dagen in de kersttijd de vrouwen en maagden met jeneverbesstokken, zo mogelijk terwijl ze nog in bed liggen. Het vrouwelijke vee werd ook met de levensroede van jeneverbeshout geslagen. Dit alles om vruchtbaarheid op te wekken aan het begin van het nieuwe jaar. In Estland werden alle openingen van het huis geslagen met twijgen van de jeneverbes. Dit zou zijn om de boze geesten te weren, maar dit kan je ook zien als een zegen- en vruchtbaarheid brengend ritueel.
Jeneverbes kon ook aangeven of een vrouw vruchtbaar is of niet. Om hierachter te komen adviseert een vroedvrouw uit Leipzig in 1715 om gemalen jeneverbessen op gloeiende kolen te leggen en de stoom in de vagina te laten komen. Als men na een tijdje de geur van de bessen uit de mond of neusgaten van de vrouw ruikt, wordt zij als vruchtbaar beschouwd.
De apotropaeïsche werking van de jeneverbes

Leonardo da Vinci – Ginevra de Benci (met jeneverbes op de achtergrond)
De beschermende kracht van de jeneverbes komen we op vele manieren tegen. De bessen van jeneverbes werden gedragen in beschermende amuletten en zouden helpen tegen demonen. In Schotland werd de rook van brandende jeneverbestakken – samen met gebeden – gebruikt om tijdens Nieuwjaar de huizen te zegenen en te reinigen. Dit zou het huis en zijn bewoners beschermen. In de Alpen zou het zelfde gebruik met Driekoningen de geesten en heksen verdrijven. En in Lapland werd het uitroken met jeneverbes nog tot in 1938 gebruikt om de ruimte te zuiveren waar een dode had gelegen. Ook het strooien van takjes jeneverbes zou huis en stal beschermen. Heksen kunnen het huis niet in omdat ze eerst alle naalden moeten tellen van de jeneverbes die aan het huis is gehangen. Een lijk waarvan men vermoedde dat het een levende dode, oftewel een vampier was kreeg een staak van jeneverbes of meidoorn door het lichaam gespietst. Zo kon de ziel tot rust komen. De karnstok, pijp en wandelstok worden bij voorkeur gemaakt van jeneverbeshout ter afwering van heksen en demonen, maar ook als gelukbrenger. Het teken van het kruis is te zien op haar bessen. Dit kan – mede – een reden zijn geweest van het geloof in haar beschermende werking.
De geneeskrachtige boom
De jeneverbes werd ook gezien als zeer geneeskrachtig. Het zou zelfs een ‘theriakel’ zijn, een middel tegen alle kwalen. Met name tegen menstruatiekramp, blaasontsteking, bronchitis en reumatiek zou het effectief zijn. Drie bessen opeten voor het slapen gaan zou een lang leven geven en kauwen op de bessen zou beschermen tegen besmettelijke ziekten zoals de pest. Zij zou ook vruchtafdrijvend werken, al werd dit laatste door de kerk natuurlijk niet als positief gezien.
De ziel van de boom
De boom werd gezien als een levend, bezield wezen. In Stiermarken namen mannen de hoed af voor de boom en vrouwen maakten een kniebuiging. De boom mocht om deze reden niet worden gekapt: de christelijke sektariër Montanus meldt al in de tweede eeuw n.o.j. dat men nabij de Rijn geen jeneverbes wilde omhakken. Ook later zit daar nog een taboe op. Johan Locenius vertelt in de zeventiende eeuw over een Zweedse houthakker die een jeneverbes wil vellen, die dan tot twee maal toe plots een stem hoort ‘houw de jeneverbes niet!’. Verschrikt gehoorzaamt hij aan het gebod. In Duitsland werd de boom aangesproken als vrouw Kranewitt of vrouw Wacholder (al naargelang de streek). Je riep haar bijvoorbeeld aan om van een dief al het gestolene terug te krijgen. Je moest dan een steen op een aantal takken van de struik leggen. Vervolgens zeg je: ‘Struik, ik zal je doen bukken tot de dief aan mij al het gestolene heeft terug gebracht.’ De geest van de struik zou je dan helpen. Na afloop moest je de steen natuurlijk wel weer terug leggen!
Ook werd er wel brood en wol in de jeneverstruik gehangen om ziekelijke kinderen te genezen. In een rijmpje uit Waldeck wordt dit heel duidelijk verteld; ‘Ihr hollen und holinnen hier bring ich euch was zu spinnen. Und was zu essen und meines kindes vergessen.’ Vrij vertaald: ‘Jullie duivelen en duivelinnen, hier breng ik je wat te spinnen en wat te eten en mijn kind mag je vergeten’. Deze kwade ‘hollen’ en ‘holinnen’ worden gezien als geesten van de gedemoniseerde Holda oftewel vrouw Holle. Deze heeft – zoals we al hebben gezien – een etymologische connectie met de jeneverbes. Het hangen van wollen draad of lapjes aan een boom is wijd verbreid. Zo worden er in Tadzjikistan lapjes aan een heilige jeneverbes gehangen om zo goede wensen uit te doen komen. Die demonisering komt ook naar voren in een negentiende-eeuws geloof uit Oostenrijk dat je de duivel kon oproepen door takken van jeneverbes aan je handen en voeten te binden. In mijn optiek verpersoonlijk je op die manier eerder de geest – of demon – van de jeneverbes!
Het sprookje ‘van de wakelboom’
De jeneverbes komt ook zeer prominent voor in het sprookje van Grimm ‘Van de wakelboom’. In dit sprookje wenst een vrouw die in de tuin staat onder een jeneverbes dat ze zwanger zal worden van een kind zo rood als bloed en zo wit als sneeuw. Haar wens komt uit, maar zij gaat direct na de bevalling dood. De moeder wordt begraven onder de jeneverbes. De man hertrouwd, maar de jaloerse stiefmoeder vermoord haar stiefzoon. Haar dochter Marleentje (komt van Maria Magdalena) verzamelt de beenderen van haar vermoorde broertje in een doek en legt ze onder de jeneverbes. De boom ritselt, rook en vuur komen uit de boom en een prachtige vogel vliegt uit het vuur. Deze vogel beloont de vader en de zuster en neemt wraak op de stiefmoeder door een molensteen op haar te werpen. Daarna verdwijnt de vogel in vlammen en rook en als dat optrekt staat het broertje daar weer levend en wel.
In dit sprookje zien we het thema terug van de jeneverbes als brenger van leven. Eerst door het vervullen van de kinderwens en vervolgens door te helpen bij de herleving van het vermoorde jongetje. Het vruchtbaar maken en verkwikken uit de folklore gebeurt in het sprookje op een letterlijke manier. Het is ook duidelijk dat de boom bezield is. Zij ritselt en beweegt en heeft een actieve rol in het sprookje. Het is hierbij de vraag of het hier gaat om de ziel van de overleden vrouw of toch meer de ziel van de boom zelf. (Ook in het sprookje van Assepoester wordt de overleden moeder geassocieerd met een boom, een hazelaar, die vervolgens wensen kan vervullen.) De boom kan helpen met de wedergeboorte van de jongen door middel van het verzamelen van de beenderen die geplaatst worden onder de boom. Dit is een oeroud ritueel wat we zowel in oude Germaanse teksten terug vinden als in meer recente sjamanistische rituelen. De beenderen zijn de kern van iemands persoon van waaruit een persoon weer in het leven kan komen. De mooie vogel die uit de vlammende boom vliegt heeft een sterke associatie met de Feniks vogel die herrijst uit zijn eigen as. Deze vogel lijkt te ontstaan uit de beenderen van het jongetje en zou daarom zijn ziel kunnen vertegenwoordigen. Er moet verzoening plaats vinden met zijn vader en zuster en vervolgens genoegdoening met zijn moeder en dan is de wedergeboorte mogelijk.
Conclusie
Elke boom zie ik als een gezonde entiteit met een energetisch proces waar je als mens een voorbeeld aan kan nemen. Elke boom heeft een unieke combinatie van specifieke eigenschappen. Bij de jeneverbes zie je vooral terugkomen hoe zij beschermt, levendig en vruchtbaar maakt en zo ook in het algemeen zorgt voor gezondheid. De goede eigenschappen van de jeneverbes staan duidelijk in elkaars verlengde en versterken elkaar! In het sprookje leidt dit tot een ultieme consequentie: door de beenderen van een gestorvene bij de boom te brengen kan zij deze terug brengen tot zijn essentie, de zielenvogel. Vervolgens kan de ziel zich verzoenen met het verleden. De vogel kan opgenomen worden in de boom om er als levend mens weer uit te komen. Een nieuwe levenscyclus kan beginnen. De jeneverbes is met recht een boom om voor te buigen!
Abe van der Veen
Literatuurlijst
Blöte-Obbes, M.C. – Boom en struik in bos en veld 46-51
De Cleene, M. en Lejeune – Compendium van rituele planten in Europa 553-564
Goos, Gunivortus – Goddess Holle 41-42
Jackson – Compleat vampyre 105
Hageneder, F. – De helende kracht van bomen 116-119
Moens, F. en de Weerd – Bomen en mensen 255-258
https://www.erfgoedleiden.nl/nieuws/vondst-van-de-week/1464-vvdw-zeldzame-houten-voorwerpen-uit-noordwijk
https://nl.wikipedia.org/wiki/Jeneverbes
https://en.wikipedia.org/wiki/Juniper
https://de.wikipedia.org/wiki/Wacholder
https://www.volksliederarchiv.de/lexikon/wachholder/
Ook interessant:
Je vind nog veel meer wetenswaardigs over bomen in mijn twee boeken: ‘de symboliek van bomen’ en de wijsheid van bomen en kruiden’. https://www.abedeverteller.nl/boek-abe-de-verteller/
In de middeleeuwen werd de boom als een symbool van kuisheid gezien. Op een van de schilderijen van Leonardo da Vinci, het portret van de vrouwe Ginevra de’ Benci, is een jeneverbes op de achtergrond te zien. De naam Ginevra is een verwijzing naar de jeneverbes. De hedendaagse naam Jennifer is een moderne variant van Ginevra.
De jeneverbes had ooit Maria verborgen voor de spiedende ogen van koning Herodes, door zijn takken te buigen. (Om duistere redenen zou die ook nu nog de dieven op deze manier onzichtbaar maken.) Volgens een Vlaamse legende zouden Jozef en Maria – toen zij onder de jeneverbes uitrusten – engelen hebben ontmoet die hen per luchtwagen naar Egypte brachten. (Compendium 559)
De Mesopotamiërs geloofden dat jeneverbesolie het ‘boze oog’ zou afweren.
In het beroemde jeugdboek van Monica Furlong ‘Juniper’ leert een meisje de heksenkunst. Haar naam betekent jeneverbes.